Bloed speelt in het verlossingsplan van God de rol als verzoening voor de zielen van de mensen.
Het vergieten van het bloed op het altaar hield de relatie met God in stand, als het volk zonden
had begaan. Dit duidde op de nacht toen Jezus zei: "Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen
Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden." (MATT 26:28) Het bloed op het
altaar bedekte alleen maar de zonden van het volk. Het nam hun zonden niet weg en stelde het
volk ook niet in staat om de zonde in hun leven te kunnen overwinnen (HEB 10:3,4). "Hoeveel te
meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd
heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?" (HEB 9:14).